Ik kom van rechts

Als relatieve nieuweling in het Betaalde Voetbal floot ik in mijn tweede jaar op de toenmalige C-lijst een wedstrijd van Jong NEC. Het wedstrijdpakket bestond op dat moment uit de reserve-elftallen van de BVO’s, ook wel de beloften genoemd, en de landelijke A-jeugd. Daarnaast werd je aangesteld als vierde official in de Jupiler League. De C-lijst bestaat overigens inmiddels niet meer. Wedstrijden bij de beloften waren soms lastig door de gelouterde spelers die meespeelden. Humor kon je redden. Dat is sowieso een belangrijke eigenschap voor scheidsrechters!

De wedstrijden van de beloften worden overwegend op maandagavond gespeeld en regemaltig doen er ook ‘grote namen’ mee: spelers uit het eerste elftal die terugkwamen van blessures of spelers die niet (de hele wedstrijd) gespeeld hadden en die wel wedstrijdritme op moesten doen. Zo was er in sommige wedstrijden haast niet meer te spreken van een belofteteam.

Terug naar de bovengenoemde wedstrijd bij Jong NEC. Ik meen dat de tegenstander Jong Helmond Sport was. Bij NEC speelde Patrick Pothuizen mee. Pothuizen was toen al dertigplusser en met zijn imposante verschijning en dito staat van dienst, ruim 400 wedstrijden voor vooral NEC en Twente, een routinier. Iemand ook waar jonge scheidsrechters het best lastig mee konden hebben. Zo ook in deze wedstrijd. Pothuizen liet regelmatig zijn ongenoegen blijken en babbelde veel. Tot een moment in de tweede helft waar hij duidelijk na mijn fluitsignaal uit frustratie de bal een ros gaf. Ik toonde hem daarop de gele kaart. Met de kaart nog omhoog liep ik vooruit. Ook Pothuizen liep in mijn richting. We naderden elkaar in een hoek van ongeveer 90 graden. De afstand werd steeds kleiner…

Dichter en dichter kwamen we bij elkaar. Toen we vlak bij elkaar waren, hielden we allebei de pas even in. Tegelijk liepen we weer door en het onvermijdelijke gebeurde. We botsten tegen elkaar aan. Ik zou er haast mijn linkherhand onder verwedden dat Pothuizen dit bewust deed. Ik dacht razendsnel. Ik kon hem natuurlijk een tweede gele kaart geven.. of zelfs direct rood.. “Pothuizen, kom eens hier”, zei ik. “Ja scheids.” “Waar solliciteer je nou naar?”, foeterde ik. “Sorry scheids, gewoon een botsing hoor.” “Dat kan wel wezen,” zei ik, “maar als ik van rechts kom, heb ik voorrang!” Pothuizen schoot enorm in de lach, en iedereen er omheen trouwens ook. Vanaf dat moment heb ik nooit meer iets met hem te stellen gehad.